7 juli 2026

Van model naar werkelijkheid: gebouwdata als kompas voor de installatietechniek van morgen

Loes Visser

In gesprek met Robert Philippi en Loes Visser over prestatiegericht ontwerpen, WEii en commissioning.

Gebouwen worden steeds slimmer, maar de échte stap vooruit is dat we ze ook eerlijker gaan beoordelen: op wat ze in de praktijk doen. DataBuilt-directeur Loes Visser en Robert Philippi, installatieadviseur bij Huygen, gaan in gesprek over installatietechniek en de rol van gebouwdata hierin.

“Opdrachtgevers willen Paris Proof gebouwen”, benoemt Loes, “en dan gaat het erom: wat doet het gebouw werkelijk?” Robert vult aan: “De overheid let hier ook strenger op bij de realisatie van bijvoorbeeld datacenters. Zij moeten de werkelijke water- en energieprestatie kunnen laten zien.”

Waarom ‘werkelijke prestatie’ de nieuwe norm wordt

De beweging is duidelijk: waar we gebouwen jarenlang hebben afgerekend op ontwerpberekeningen en labels, verschuift de aandacht naar gemeten prestaties. Loes verwoordt het heel concreet: “Opdrachtgevers worden afgerekend op wat het gebouw werkelijk doet, in plaats van op een duurzaamheidslabel of een goede BENG-berekening. Wat is nu de energie-efficiëntie?” Daarbij hoort ook dat ‘opleveren’ niet het eindpunt is. Robert voegt toe: “Wat je in Nederland bijna overal ziet, is dat het gebouw halfbakken wordt opgeleverd en gewoon niet goed is ingeregeld. De installaties staan bijvoorbeeld op een superinefficiënte modus, waardoor veel energie wordt weggegooid.” Dat maakt het heel aannemelijk dat monitoring en verantwoording (bijvoorbeeld richting indicatoren zoals WEii, de Werkelijke Energie Intensiteit Indicator) de komende jaren zwaarder gaan meewegen.

En die verschuiving raakt de kern van ons vak: vandaag ontwerpen we nog vooral op basis van aannames en generieke profielen. Dat is niet ‘fout’, het is vaak het maximaal haalbare binnen de beschikbare tijd en informatie. Maar het betekent ook dat we vooraf niet goed sturen op hoe een gebouw ná oplevering daadwerkelijk zal presteren.

Van aannames naar bewijs: modellen vullen met gebouwdata

Als je prestatiegericht wilt ontwerpen, moet je je modellen voeden met de werkelijkheid. Dat kan op twee manieren. Bij renovatie kun je data uit het bestaande gebouw gebruiken: verbruiken, draaitijden, setpoints, klachten, bezettingspatronen. Precies die input die in een traditioneel ontwerptraject vaak ontbreekt. En als die gebouwdata (nog) niet beschikbaar is, kun je het gat dichten met referentiedata: gegevens uit een groeiende database, uitgesplitst naar gebouwtypologie, installatiestrategie en gebruiksprofielen.

Het resultaat is meer dan een ‘mooier model’. Data helpt om keuzes onderbouwd te maken: wanneer is een extra voorziening echt nodig, en wanneer stapelen we techniek ‘voor de zekerheid’? Robert ziet in de praktijk dat het soms doorschiet: “Ik zit bijna 35 jaar in dit vak. Waar installatietechniek destijds 15% van de bouwkosten was, is dit nu meer dan de helft. Omdat we eigenlijk een overkill aan voorzieningen en regeltechniek treffen die helemaal niet nuttig of nodig zijn. Daarom vind ik dat wij onszelf moeten dwingen om die kritische vraag te stellen: hoe kunnen we onze klanten het beste helpen?” Een dataset helpt dan om het gesprek met de opdrachtgever te voeren, zeker wanneer er hoge eisen op tafel komen. “Als je een dataset tot je beschikking hebt, kun je onderbouwd vragen: ‘Je vraagt x en y, maar heb je dit echt nodig?’” Door te ontwerpen op realistische profielen en prestaties voorkom je overdimensionering, verlaag je investerings- én exploitatiekosten en kom je sneller tot een installatie die beter aansluit op comfort én energiegebruik.

Commissioning: van ‘opleveren’ naar ‘blijven waarmaken’

In dit hele proces is commissioning de sleutel. Robert benadrukt dat commissioning veel breder is dan ‘testen bij oplevering’. “Het gaat om het verifiëren van de uitgangspunten tot en met een goed werkende installatie bij oplevering én in de gebruiksfase. Juist die continue beweging (plan–do–check–act) maakt het verschil tussen een gebouw dat op papier klopt en een gebouw dat in de praktijk presteert.”

De rol van DataBuilt: de cyclus sluiten met gebouwdata

Wat opvalt is het beeld van data als rode draad door de hele levenscyclus: van initiatief en vraagstelling, via ontwerp en realisatie, tot en met exploitatie. Robert zegt het heel expliciet: “Ik denk dat DataBuilt gewoon een rode draad moet zijn in al onze projecten.” En die cyclus stopt daar niet: “die gaat door tot en met de exploitatie en komt dan weer terug bij een nieuw initiatief.” Precies daar zit de toegevoegde waarde van DataBuilt: door data te ontsluiten, te structureren en te vertalen naar keuzes helpen we ontwerpteams én opdrachtgevers om niet alleen te ‘voldoen’, maar ook te begrijpen wat werkt en waarom.

Wat betekent dit voor de komende jaren?

Als we gebouwen straks écht gaan afrekenen op gemeten prestaties, dan vraagt dat om drie dingen: (1) betere en eerlijkere uitgangspunten in het ontwerp, gevoed met gebouwdata, (2) een stevige commissioning-aanpak om te borgen dat ‘bedoeld’ ook ‘geleverd’ wordt, en (3) monitoring en optimalisatie in de gebruiksfase om prestaties vast te houden.

Benieuwd hoedata-gedreven ontwerp encommissioning er in jouw project uit kan zien? We denken graag mee. Van het ophalen van gebouwdata bij renovatie tot het opzetten van een onderbouwde baseline en het inrichten van de feedbackloop na oplevering.